niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging van een der ten laste gelegde feiten wegens overschrijding van termijn 244 lid 1 Sv
De rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf wegens een poging tot doodslag op zijn echtgenote en bedreiging van zijn echtgenote. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde is omdat verdachte actief is gaan werken aan de oplossing van zijn alcoholproblematiek, dat verdachte en zijn echtgenote zich met elkaar hebben verzoend en dat zij tezamen met hulpverleners de gebeurtenissen in perspectief hebben weten te plaatsen.
De rechtbank komt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging van een der ten laste gelegde feiten wegens overschrijding van termijn 244 lid 1 Sv. Voorts acht de rechtbank twee woninginbraken en 1 poging daartoe bewezen. De 20-jarige veroordeelde man heeft deze feiten in een zeer kort tijdsbestek achtereen gepleegd en daarbij dezelfde werkwijze gebruikt. Afwijzing van de gevorderde ISD-maatregel omdat veroordeelde niet het door de wet vereiste aantal onherroepelijke veroordelingen op zijn naam had. Oplegging van 9 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Schrijf een reactie