LJN BR4546, Rechtbank Alkmaar, 126582 / FT RK 11-35

12 August 2011 (1:37) | Faillissementen |





Dowload PDF-versie

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht
WD/MS

zaak- en rekestnummer: 126582/ FT RK 11-35
datum: 12 juli 2011 (bij vervroeging)

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

op verzoek van:

[naam verzoeker], wonende te Alkmaar,
advocaat mr. R. Kiewitt te Alkmaar.

1 De procedure

1.1 Op 1 februari 2011 is ter griffie ontvangen het verzoekschrift strekkende tot rehabilitatie als bedoeld in artikel 206 van de Faillisementswet (Fw).

1.2 Het verzoek is aangekondigd in de Staatscourant. Geen van de erkende schuldeisers heeft verzet aangetekend tegen de inwilliging van het verzoek.

1.3 De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 28 juni 2011, alwaar verzoeker zijn verzoek nader heeft toegelicht.

De zaak is ten slotte verwezen voor beschikking. De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingelast.

2 De uitgangspunten

2.1 Verzoeker is bij vonnis van deze rechtbank van 31 december 2003 in staat van faillissement verklaard.

2.2 In voornoemd faillissement is op 3 november 2006 een verificatievergadering gehouden, alwaarde stemming heeft plaatsgevonden van een aan de schuldeisers aangeboden akkoord. Aan de preferente en concurrente schuldeisers werd betaling van 36,76[procent] respectievelijk 18,38[procent]. aangeboden. Blijkens het proces-verbaal van deze verificatievergadering is de curator overgegaan tot het erkennen van 21 concurrente vorderingen en 3 preferente vorderingen. Eén erkende concurrent schuldeiser, te weten Galama Advocaten die een vordering heeft van [euro] 831,81, is niet in persoon of middels een gevolmachtigde ter vergadering verschenen. Alle overige schuldeisers hebben bij volmacht met het akkoord ingestemd, waarna het akkoord is aangenomen.

2.3 Bij vonnis van 16 november 2006 is het aangenomen akkoord gehomologeerd. Het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan.
3 Het verzoek en de gronden waarop het berust

3.1 Verzoeker meent, kort gezegd, voor rehabilitatie in aanmerking te komen, omdat het faillissement is geëindigd door de homologatie van een akkoord en de schuldeisers op basis van dit akkoord zijn uitbetaald. Van belang is voorts, aldus verzoeker ter zitting, dat de vordering van Galama Advocaten niet (meer) bestaat, omdat deze vordering waarschijnlijk door de voormalige compagnon van verzoeker is betaald.

4 De beoordeling

4.1 Ter beoordeling ligt voor de vraag of verzoeker in zijn verzoek kan worden ontvangen. Hiertoe is vereist dat bij het verzoekschrift het bewijs is gevoegd dat alle erkende schuldeisers “ten genoegen hunner” zijn voldaan (artikel 207 Fw). Hoewel dit niet inhoudt datdeze schuldeisers volledig zijn voldaan, is het niet -zonder meer- voldoende dat zij slechts overeenkomstig het akkoord betaald hebben gekregen. Het akkoord heeft namelijk niet de strekking dat de erkende schuldvorderingen te niet gaan, maar onthoudt slechts de afdwingbaarheid aan deze vorderingen, voor zover ze na de uitvoering van het akkoord onvoldaan zijn gebleven. Uit de enkele nakoming van het akkoord valt dus niet af te leiden dat ieder erkende schuldeiser tot zijn genoegen is voldaan. Nu geen bescheiden zijn overgelegd waaruit blijkt dat de erkende schuldeisers tot hun genoegen zijn voldaan, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

4.2 Uit het voorgaande volgt dat de betwisting door verzoeker ter zitting van het bestaan van de vordering van Galama Advocaten niet ter zake doet. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. Waar artikel 207 Fw spreekt over erkende schuldeisers, wordt daarmee gedoeld op alle door de curator in het faillissement van verzoeker erkende schuldeisers. Nugebleken is dat Galama Advocaten als zodanig moet worden beschouwd zal, ingeval een nieuw verzoek wordt ingediend, het vereiste bewijs ook ten aanzien laatstgenoemde schuldeiser moeten worden geleverd.

4.3 Nu verzoeker niet-ontvankelijk is in het verzoek, is er geen aanleiding om het Openbaar Ministerie te horen op de voet van artikel 210 Fw.

5 De beslissing

De rechtbank

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. M.C. Schenkeveld,lid van gemelde kamer, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2011in tegenwoordigheid van mr. W.Th. Delleman als griffier.

iPad pilot onder rechters om efficiënter te werken

11 August 2011 (19:21) | Rechters |

10 augustus 2011

Nyenrode benoemt Barbara Bier tot hoogleraar ondernemingsrecht en corporate governance

11 August 2011 (13:10) | Ondernemingsrecht |

Gepubliceerd op donderdag 7 juli 2011 om 07:20

Organisatie:
Nyenrode Business Universiteit

 

Prof. mr. Barbara Bier is per 1 juni benoemd tot hoogleraar Ondernemingsrecht en Corporate Governance bij de Nyenrode Business Universiteit. Ze zal zich toeleggen op de juridische aspecten van Corporate Governance en vennootschapsrecht. Naast haar aanstelling bij Nyenrode is Bier als of counsel verbonden aan het advocaten- en notarissenkantoor Stibbe. Tot eind 2009 was zij daar partner en notaris binnen de praktijkgroep ondernemersrecht.

Barbara Bier heeft zeer ruime ervaring in de advisering van aspecten van het ondernemingsrecht, waaronder (financiële) herstructureringen, fusies en overnames en corporate governance.

Daarnaast is Bier lid van de Gecombineerde Commissie vennootschapsrecht, bestuurslid van de ‘Vereeniging Handelsrecht’ en lid van verschillende redacties van juridische vakbladen. Ook is zij redacteur van het Jaarboek Corporate Governance en lid van de hoofdredactie van SDU commentaar Ondernemingsrecht. Zij publiceert regelmatig over vennootschapsrecht, met name over kapitaalbescherming.

Barbara Bier studeerde handelsrecht en notarieel recht aan de universiteit van Leiden. Ze promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op het proefschrift ‘Uitkeringen aan aandeelhouders.’

De leerstoel van Barbara Bier is ondergebracht bij het Corporate Governance instituut van Nyenrode Business Universiteit. Corporate Governance vormt één van de speerpunten in het onderzoek en onderwijs van de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast speelt ondernemingsrecht een steeds belangrijker rol in haar onderwijsprogramma’s. Met de benoeming van Barbara Bier wordt zowel de praktische- als theoretische juridische kennis binnen Nyenrode versterkt.

iPad pilot onder rechters om efficiënter te werken

11 August 2011 (6:32) | Rechters |

10 augustus 2011

Nyenrode benoemt Barbara Bier tot hoogleraar ondernemingsrecht en corporate governance

11 August 2011 (0:28) | Ondernemingsrecht |

Gepubliceerd op donderdag 7 juli 2011 om 07:20

Organisatie:
Nyenrode Business Universiteit

 

Prof. mr. Barbara Bier is per 1 juni benoemd tot hoogleraar Ondernemingsrecht en Corporate Governance bij de Nyenrode Business Universiteit. Ze zal zich toeleggen op de juridische aspecten van Corporate Governance en vennootschapsrecht. Naast haar aanstelling bij Nyenrode is Bier als of counsel verbonden aan het advocaten- en notarissenkantoor Stibbe. Tot eind 2009 was zij daar partner en notaris binnen de praktijkgroep ondernemersrecht.

Barbara Bier heeft zeer ruime ervaring in de advisering van aspecten van het ondernemingsrecht, waaronder (financiële) herstructureringen, fusies en overnames en corporate governance.

Daarnaast is Bier lid van de Gecombineerde Commissie vennootschapsrecht, bestuurslid van de ‘Vereeniging Handelsrecht’ en lid van verschillende redacties van juridische vakbladen. Ook is zij redacteur van het Jaarboek Corporate Governance en lid van de hoofdredactie van SDU commentaar Ondernemingsrecht. Zij publiceert regelmatig over vennootschapsrecht, met name over kapitaalbescherming.

Barbara Bier studeerde handelsrecht en notarieel recht aan de universiteit van Leiden. Ze promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op het proefschrift ‘Uitkeringen aan aandeelhouders.’

De leerstoel van Barbara Bier is ondergebracht bij het Corporate Governance instituut van Nyenrode Business Universiteit. Corporate Governance vormt één van de speerpunten in het onderzoek en onderwijs van de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast speelt ondernemingsrecht een steeds belangrijker rol in haar onderwijsprogramma’s. Met de benoeming van Barbara Bier wordt zowel de praktische- als theoretische juridische kennis binnen Nyenrode versterkt.

iPad pilot onder rechters om efficiënter te werken

10 August 2011 (18:20) | Rechters |

10 augustus 2011

Nyenrode benoemt Barbara Bier tot hoogleraar ondernemingsrecht en corporate governance

10 August 2011 (11:46) | Ondernemingsrecht |

Gepubliceerd op donderdag 7 juli 2011 om 07:20

Organisatie:
Nyenrode Business Universiteit

 

Prof. mr. Barbara Bier is per 1 juni benoemd tot hoogleraar Ondernemingsrecht en Corporate Governance bij de Nyenrode Business Universiteit. Ze zal zich toeleggen op de juridische aspecten van Corporate Governance en vennootschapsrecht. Naast haar aanstelling bij Nyenrode is Bier als of counsel verbonden aan het advocaten- en notarissenkantoor Stibbe. Tot eind 2009 was zij daar partner en notaris binnen de praktijkgroep ondernemersrecht.

Barbara Bier heeft zeer ruime ervaring in de advisering van aspecten van het ondernemingsrecht, waaronder (financiële) herstructureringen, fusies en overnames en corporate governance.

Daarnaast is Bier lid van de Gecombineerde Commissie vennootschapsrecht, bestuurslid van de ‘Vereeniging Handelsrecht’ en lid van verschillende redacties van juridische vakbladen. Ook is zij redacteur van het Jaarboek Corporate Governance en lid van de hoofdredactie van SDU commentaar Ondernemingsrecht. Zij publiceert regelmatig over vennootschapsrecht, met name over kapitaalbescherming.

Barbara Bier studeerde handelsrecht en notarieel recht aan de universiteit van Leiden. Ze promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op het proefschrift ‘Uitkeringen aan aandeelhouders.’

De leerstoel van Barbara Bier is ondergebracht bij het Corporate Governance instituut van Nyenrode Business Universiteit. Corporate Governance vormt één van de speerpunten in het onderzoek en onderwijs van de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast speelt ondernemingsrecht een steeds belangrijker rol in haar onderwijsprogramma’s. Met de benoeming van Barbara Bier wordt zowel de praktische- als theoretische juridische kennis binnen Nyenrode versterkt.

‘Rumsfeld mag voor de rechter’

10 August 2011 (4:17) | Rechters |

Donald Rumsfeld mag worden vervolgd in de zaak rond de twee gemartelde Amerikanen die in Irak werkten voor een particulier beveiligingsbedrijf. Het gerechtshof in Chicago heeft gisteren toestemming gegeven om de voormalige minister van defensie van de VS bij de zaak te betrekken. Dat schrijft het Parool.

De federale rechter in Washington had al groen licht gegeven. Gewoonlijk genieten ministers immuniteit voor de periode waarin ze een ambt uitoefenen, alleen een rechter kan besluiten dat die niet opgaat. Dan moet et wel gaan om directe schending van grondwettelijke rechten en moet de functionaris zich daar bewust van zijn geweest tijdens het handelen.

Walling
Rechter David Hamilton: “Er kan geen twijfel over bestaan dat het onderwerpen van Amerikaanse burgers aan dergelijke behandelingen, zelfs in een oorlogsgebied, indruist tegen de grondwet.” Rumsfelds advocaat Davis Rifkin is het daar niet mee eens: “Je kunt geen oorlog voeren als rechters beslissingen die de krijgsmacht aan de andere kant van de wereld neemt in twijfel trekken.”

Eisers Donald Vance en Nathan Ertel zeggen in 2006 door Amerikaanse troepen te zijn ingerekend, toen een Iraaks bedrijf waarvoor ze werkten illegaal ging handelen. Tijdens hun detentie werden ze geblindoekt hardhandig tegen muren gesmeten (zogeheten ‘walling’), en werd hen slaap ontnomen. Rumsfeld zou deze methodes persoonlijk hebben goedgekeurd.

Nyenrode benoemt Barbara Bier tot hoogleraar ondernemingsrecht en corporate governance

9 August 2011 (21:29) | Ondernemingsrecht |

Gepubliceerd op donderdag 7 juli 2011 om 07:20

Organisatie:
Nyenrode Business Universiteit

 

Prof. mr. Barbara Bier is per 1 juni benoemd tot hoogleraar Ondernemingsrecht en Corporate Governance bij de Nyenrode Business Universiteit. Ze zal zich toeleggen op de juridische aspecten van Corporate Governance en vennootschapsrecht. Naast haar aanstelling bij Nyenrode is Bier als of counsel verbonden aan het advocaten- en notarissenkantoor Stibbe. Tot eind 2009 was zij daar partner en notaris binnen de praktijkgroep ondernemersrecht.

Barbara Bier heeft zeer ruime ervaring in de advisering van aspecten van het ondernemingsrecht, waaronder (financiële) herstructureringen, fusies en overnames en corporate governance.

Daarnaast is Bier lid van de Gecombineerde Commissie vennootschapsrecht, bestuurslid van de ‘Vereeniging Handelsrecht’ en lid van verschillende redacties van juridische vakbladen. Ook is zij redacteur van het Jaarboek Corporate Governance en lid van de hoofdredactie van SDU commentaar Ondernemingsrecht. Zij publiceert regelmatig over vennootschapsrecht, met name over kapitaalbescherming.

Barbara Bier studeerde handelsrecht en notarieel recht aan de universiteit van Leiden. Ze promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op het proefschrift ‘Uitkeringen aan aandeelhouders.’

De leerstoel van Barbara Bier is ondergebracht bij het Corporate Governance instituut van Nyenrode Business Universiteit. Corporate Governance vormt één van de speerpunten in het onderzoek en onderwijs van de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast speelt ondernemingsrecht een steeds belangrijker rol in haar onderwijsprogramma’s. Met de benoeming van Barbara Bier wordt zowel de praktische- als theoretische juridische kennis binnen Nyenrode versterkt.

‘Rumsfeld mag voor de rechter’

9 August 2011 (14:02) | Rechters |

Donald Rumsfeld mag worden vervolgd in de zaak rond de twee gemartelde Amerikanen die in Irak werkten voor een particulier beveiligingsbedrijf. Het gerechtshof in Chicago heeft gisteren toestemming gegeven om de voormalige minister van defensie van de VS bij de zaak te betrekken. Dat schrijft het Parool.

De federale rechter in Washington had al groen licht gegeven. Gewoonlijk genieten ministers immuniteit voor de periode waarin ze een ambt uitoefenen, alleen een rechter kan besluiten dat die niet opgaat. Dan moet et wel gaan om directe schending van grondwettelijke rechten en moet de functionaris zich daar bewust van zijn geweest tijdens het handelen.

Walling
Rechter David Hamilton: “Er kan geen twijfel over bestaan dat het onderwerpen van Amerikaanse burgers aan dergelijke behandelingen, zelfs in een oorlogsgebied, indruist tegen de grondwet.” Rumsfelds advocaat Davis Rifkin is het daar niet mee eens: “Je kunt geen oorlog voeren als rechters beslissingen die de krijgsmacht aan de andere kant van de wereld neemt in twijfel trekken.”

Eisers Donald Vance en Nathan Ertel zeggen in 2006 door Amerikaanse troepen te zijn ingerekend, toen een Iraaks bedrijf waarvoor ze werkten illegaal ging handelen. Tijdens hun detentie werden ze geblindoekt hardhandig tegen muren gesmeten (zogeheten ‘walling’), en werd hen slaap ontnomen. Rumsfeld zou deze methodes persoonlijk hebben goedgekeurd.